|
Fred Schwarz,
De joodse auteur vlucht, 15 jaar oud, in 1938
vanuit Wenen zijn broer achterna naar Nederland.
Nu 65 jaar later doet hij verslag van wat toen
plaatsvond. Het boek beschrijft op indringende
wijze het verloop van de oorlog vanuit het perspectief
van een joodse vluchteling. De eerste jaren komen
ze relatief goed door, in Eindhoven worden ze
goed opgevangen,
Fred werkt bij de Tweka, Frits gaat naar de Radiotechnische
school. Maar zes weken na de Bezetting moeten
ze naar Westerbork. Daar wordt het kampleven
onder Nederlands bestuur onaangenaam. Op 15 juli
1942 wordt het kamp een “Durchgangslager”,
elke week een transport naar het oosten, later
als Auschwitz benoemt. Frits als stoker in het
ketelhuis en Fred als naaimachine monteur hebben
geluk: ze mogen blijven tot op 3 september 1944
het laatste transport naar Auschwitz gaat. Een
dag later gaan zij ook naar het oosten. Eerst
Theresienstadt, daarna Auschwitz-Birkenau waar
een voetbalprof hen het leven redt door ze voor
werk in Thüringen in te delen. Daar is het
leefbaar, tot op 15 april 1945 kort voor de komst
van de Amerikanen. In open kolenwagens gaat de
reis naar onbekend, maar de broers slagen erin
te vluchten en op 15 juli 1945 zijn ze weer in
Eindhoven. Daar vindt Fred het meisje Carry die
hij in Theresienstadt moest achterlaten. Hun
droom wordt waar: ze zijn nu al bijna zestig
jaar met elkaar getrouwd.
De lezer wordt meegesleept langs gruwelijke
ervaringen die behapbaar blijven door het eenvoudige,
strakke
woordgebruik, waardoor het een indrukwekkend
boek is geworden dat leest als een roman.
Opvallend zijn op blz.294 de documenten van de
Secretarissen-generaal van juli 1940 waarin reeds
afspraken met de Duitse bezetter betreffend opsluiting
van alle joodse vluchtelingen in Westerbork zijn
gemaakt |